Licht als taal met Julia Fullerton-Batten in London

Hoe Julia Fullerton-Batten fotografie en werkelijkheid construeert

Datum:  24 april 2026     Locatie:  Dukes Island Studios, Londen

Mensen hebben altijd geprobeerd licht te begrijpen. Die poging heeft zelden zo koortsachtig gebrand als in de jaren twintig van de vorige eeuw. Licht was toen een open wond in de wetenschap, een fenomeen dat weigerde zich te schikken naar de wetten die men er voor had opgesteld. Film en fotografie waren ineens overal, steden lichtten op in de nacht en kaarsen gingen van tafel. En toch wist niemand precies wat licht eigenlijk was.

Max Planck, Einstein, Bohr en Heisenberg zochten het antwoord en vonden iets onrustbarends: licht was golf én deeltje tegelijk, al naar gelang je ernaar keek. De waarnemer was geen passieve toeschouwer. Het kijken zelf veranderde wat er te zien viel.

Zo is de vraag naar licht is nooit louter fysica geweest. Ze is een vraag over de grenzen van het weten. Over wat het betekent om iets werkelijk te begrijpen. Die vraag bracht mij naar Londen, naar een geavanceerde licht workshop van een van ’s werelds toonaangevende fine art fotografen: Julia Fullerton-Batten.

Ik kwam aan in de studio en trof een sfeer aan die geladen was met een stille, geconcentreerde energie. Een energie die eerder toewijding dan spektakel uitstraalde. In een tijd die wordt gevormd door digitale ad-hoc momenten voelde deze bijeenkomst als een bevestiging van iets langzamers en bewuster: een toewijding aan het tactiele, geconstrueerde en narratieve beeld. Om mij heen was een internationale mix van fotografen, sommigen met decennia ervaring, anderen nog aan het begin, maar allen met een gemeenschappelijk doel: ons begrip van licht als taal te verfijnen. Te begrijpen. 

De filosofie van 360-graden belichting van Julia Fullerton-Batten

Het idee van ‘360-graden belichting’ kan worden gezien als een filosofie van constructie. Het klinkt technisch, bijna klinisch, maar zoals Julia haar benadering demonstreerde, bleek het iets te zijn waarbij intuïtie het kompas is. In plaats van te vertrouwen op één dominante lichtbron, construeert zij een omgeving, waarbij meerdere subtiele lichtbronnen worden gelaagd totdat het onderwerp volledig door licht wordt omgeven.

Wanneer je dit proces observeert, realiseer je je opnieuw dat het creëren van een beeld op dit niveau minder draait om het vastleggen van de werkelijkheid dan om het componeren van een geloofwaardige wereld. Elke lichtbron wordt een structureel element. Schaduwen zijn geen toevalligheden; het zijn beslissingen. Hooglichten zijn geen verbeteringen; het zijn signalen die de waarneming sturen. Beter gezegd: onze ogen de weg wijzen naar wat zij wil dat wij zien. 

Soms raken de aanpassingen aan duistere alchemie. Een Profoto B100 met open kop en  gel straalt onder een hoek van circa 45 graden direct in  de lens, waardoor schaduwen subtiel worden opgetild en contrast wordt verzacht, terwijl een lensflare ontstaat die,  volgens ‘de regels’ , juist vermeden zou moeten worden. Het effect is subtiel maar transformerend: de beelden beginnen minder digitaal aan te voelen, het worden meer sculpturen dan geregistreerd studio beelden. Een rookmachine voegt dichtheid en intensiteit toe aan de lucht en introduceert atmosfeer zonder detail te verliezen.

De discipline in deze aanpak dient een helder doel: het uiteindelijke beeld in de camera realiseren, zo volledig mogelijk. Post-productie als vangnet lijkt geen optie, het getuigd van meesterschap uitgeoefend met chirurgische precisie. Het voelt zowel veeleisend als bevrijdend.  Terug gaan naar de basis van het vak: fotografie. Geen beeldbewerking. Geen ‘omdat het kan in ‘post’. Wel..bijna dan. 

In mijn eigen denken roept dit een belangrijke spanning op: moet een beeld verantwoording afleggen aan de werkelijkheid, en zo ja, in hoeverre dient het de narratieve constructie? Hier wordt waarheid niet verlaten maar geherdefinieerd. De geconstrueerde wereld is fictief, maar volgt haar eigen interne logica. Daarin ligt haar geloofwaardigheid. Niet in of iets ‘echt’ is, maar in of het coherent, consistent en menselijk aanvoelt. Een precieze beheersing van licht biedt de middelen om die samenhang te construeren en narratieve betekenis te vormen.

Taal van licht met Julia Fullerton-Batten. Fotografie set met modellen en apparatuur.

Zachtheid tegenover precisie

In haar bespreking van recente experimenten met continu (Maxima-)ledlicht beschrijft Julia Fullerton-Batten een voorzichtige integratie in plaats van een radicale verschuiving. De Profoto Pro-koppen (D3, D30, Profoto Pro-11) , compatibel met Profoto-modifiers, bieden flexibiliteit op set, maar blijven vooralsnog aanvullend. Haar praktijk blijft verankerd in een precieze kalibratie van belichting en detail die de beperkingen van continu licht weerstaat.

Werkend met een Hasselblad X2D II-systeem geeft zij de voorkeur aan 200 ISO (ondanks alle beloftes is hoger hier nog steeds niet goed genoeg), waarmee zij degradatie vermijdt die zij associeert met hogere gevoeligheden. De intentie is niet louter technische correctheid, maar behoud: een beeld dat vergroting kan weerstaan, dat zijn oppervlak behoudt zonder te vervallen in wat zij een ‘digitaal gevoel’ noemt.

Deze zoektocht naar helderheid vertaalt zich naar een ‘van voor tot achter scherp principe’.  Door te werken op f/16 of kleiner, benadrukt zij een optimale scherptediepte waarin elk element leesbaar blijft. Het is een toewijding aan totale zichtbaarheid. Voorgrond en achtergrond worden in gelijke spanning gehouden, verwijzend naar geconstrueerde picturale werelden zoals die van Edward Hopper en de cinematografische tableaux van Gregory Crewdson, waarin niets toevallig is en elk detail deelneemt aan het narratief. Maar waar Crewdsons werelden vaak richting het unheimliche neigen, voelt Fullerton-Battens helderheid bijna lichtvoetig corrigerend: een nadruk dat betekenis niet alleen ontstaat uit ambiguïteit, maar uit de zorgvuldige choreografie van wat zichtbaar is.

Haar ambivalentie tegenover technologische vooruitgang wordt explicieter wanneer het gesprek naar objectief gebruik verschuift. Ondanks toegang tot de nieuwste apparatuur lijkt haar voorkeur vaak uit te gaan naar oudere optiek. Deze introduceren een subtiele zachtheid die de hyperrealistische precisie van hedendaagse digitale opname doorbreekt. Het doet denken aan de stille subversies van Cindy Sherman, of de ‘spontane’ interventies van Duane Michals, waar imperfectie een bewuste strategie wordt in plaats van een fout.

Deze gevoeligheid strekt zich uit tot postproductie. Zij vertelt, met enige licht frustratie, de standaardtendens bij beeldbewerkers op: alles verscherpen, contrast verhogen, verfijnen. Daartegenover pleit zij voor terughoudendheid. De anekdote die zij deelt (Meisel liet zijn lenzen gewoon stoffig worden, totdat een assistent ze ongevraagd schoonmaakte!) over modefotograaf Steven Meisel, die stof op lenzen verkiest boven het reinigen ervan, functioneert bijna als een parabel. Of het nu apocrief is of niet, het onderstreept een bredere weerstand: een weigering om helderheid gelijk te stellen aan waarheid, of perfectie aan betekenis.

Wat hieruit ontstaat is geen nostalgie, maar positionering. Haar praktijk navigeert de spanning tussen controle en atmosfeer, precisie en imperfectie. De technische keuzes zoals ISO, diafragma, objectieven en licht vormers zijn nooit neutraal. Ze zijn inhoudelijk gedreven en vormen zo auteurschap: een manier om te bepalen hoe een beeld moet aanvoelen. Hoe het moet worden zien en voortbestaan. 

Schaal, samenwerking en werkelijkheid

Er is ook een verfrissende eerlijkheid over de realiteit achter zulke geconstrueerde werelden. Tijdens het gesprek over een recente campagne (He Gets Us) reflecteert Julia openlijk over de complexiteit achter de serie: internationale reizen, uitgebreide locatie scouting en aanzienlijke productiekosten die niet altijd in de hand te houden zijn. Wat moeiteloos lijkt in de uiteindelijke beelden is in werkelijkheid het resultaat van ingewikkelde coördinatie en een tijdrovende voorbereiding. 

Dit zien en ervaren daagt het idee van de solitaire fotograaf uit. Wat ontstaat is een cultuur waarin doelgericht wordt samenwerkt: assistenten, ontwerpers, producers, performers, modellen die allemaal bijdragen aan het eindresultaat. Maar ondanks deze schaal is er geen rigiditeit. Belichting wordt beschreven als fluïde, een vertrekpunt in plaats van een vast systeem. Setups evolueren in real time, terwijl het beeld zich geleidelijk onthult. Maar waarbij Julia niet schuwt om het allemaal weer anders te doen als ‘niet werkt’. Dan gaat de latex over het doek en begint alles weer van voren af aan…

Casting weerspiegelt dezelfde openheid: een voorkeur voor aanwezigheid boven conventionele schoonheid. Acteurs en niet-professionals worden gekozen om een bepaalde authenticiteit, individuen met subtiele imperfecties die weigeren te worden gladgestreken en zo een menselijkere werkelijkheid construeren.

Cinematografisch productie insteek

Deze narratieve fotografische producties voelen dichter bij cinema dan bij fotografie. Grote handgeschilderde achtergronden, op basis van het boek The Art of the Hollywood Backdrop, transformeren de studio tot een geconstrueerde wereld. Wat ontstaat is een praktijk die zich beweegt tussen twee vormen van constructie: het bouwen van het beeld en het bouwen van zijn aanwezigheid in de wereld.

Er is ook een praktische dimensie. Grootschalige producties vereisen middelen, maar veel van het werk is zelf geïnitieerd en zelf (voor) gefinancierd. Het vraagt volharding, zorgvuldige planning en langetermijninvesteringen in ideeën.  En een rotsvast geloof in jezelf. 

Zichtbaarheid vraagt om actief handelen. Inzendingen, publicaties, directe outreach: het zijn de wegen waarlangs het beeld zijn publiek vindt. Julia benadert redacties en magazines rechtstreeks:  ‘heb je ruimte voor dit project, wil je mij interviewen? Interview mij!’ Het is geen ambitie in de gebruikelijke betekenis om het ego te versterken. Het is eerder een stille overtuiging: dat het werk gezien wil en moet worden, en dat jijzelf degene bent die dat mogelijk maakt. Niemand anders. Ze spreekt er openhartig over. Over wat een praktijk in stand houdt naast het maken zelf. Competities, publicaties, outreach, volharding. Talent is een begin, geen garantie. Aanwezigheid en consistentie doen de rest.

Persoonlijk werk en doel

Wat gedurende de dag heel helder was: persoonlijk werk is geen luxe, het is fundament. Dit resoneerde sterk. Commerciële projecten kunnen stabiliteit bieden, maar het is het persoonlijke werk dat de stem van een fotograaf definieert en vaak juist, paradoxaal genoeg, ook klanten aantrekt. Julia beschrijft dat haar proces bijna meditatief van tempo kan zijn, waarbij soms slechts een paar beelden per jaar (ze fotografeert slechts 12 dagen per jaar) ontstaan. 

In een tijd waarin ai-gegenereerde beelden steeds vaker voorkomen, voelt deze nadruk op traagheid bijna radicaal. Het suggereert dat relevantie niet voortkomt uit snelheid, maar uit diepgang.

Een gedeelde ervaring

Het vak veranderd. Goede fotografie blijft essentieel: beeld biedt krachtige communicatie. Geeft inhoud aan emotie en context. En andersom. Fotografen moeten omdenken, meer strategisch onderlegd zijn, specialistisch en multimediaal werken maar het vak in zijn essentie verdwijnt niet. Wie zich aanpast en nieuwe tools en platforms beheerst, vergroot zijn relevantie. Deze ontwikkeling biedt kansen voor samenwerking, kennisdeling en het bouwen van duurzame waarden binnen het veld. Ook economisch. De gesprekken tussen de aanwezige collega’s bewegen zich moeiteloos tussen technische beslissingen, creatieve strategieën en industriële realiteiten. Er is een openheid gericht op samenwerking, met ruimte voor wederzijdse ervaringen en uitwisseling.

“De vraag die bij mij blijft hangen is hoe je deze beweging, van fotografen die samenkomen en hun kennis delen, levend houdt.”

Tussen werkelijkheid en verbeelding

Aan het einde van de workshop merkte ik dat ik de relatie tussen werkelijkheid en fictie in mijn eigen praktijk opnieuw begon te overdenken. Nieuwe werelden creëren betekent niet dat je verantwoordelijkheid loslaat; het betekent dat je die herdefinieert. De vraag is niet langer simpelweg: is dit echt? Maar: blijft dit beeld overeind staan in de huidige tijd? Geeft het iets prijs van zijn waarachtigheid door zijn constructie?

Als ik eerlijk ben en even reflecteer op mijn eigen praktijk, denk ik dat het antwoord te vinden is in de afstemming: wat ik maak moet overeenkomen met wat ik geloof, hoe ik de wereld zie en welke waarden ik zichtbaar wil maken. Van registratie naar creatie. Zo kan fotografie op haar krachtigst zijn, niet beperkt tot het registreren van wat bestaat. Het kan werkelijkheden construeren die zowel vreemd als diep herkenbaar aanvoelen. Werelden die verbeeld zijn, maar niet willekeurig; geconstrueerd, maar niet leeg. In die ruimte tussen werkelijkheid en verbeelding ontstaat iets betekenisvols. 

Het kijken zelf verandert wat er te zien valt

Julia Fullerton-Batten geeft geen antwoord op de vraag wat licht is. Ze stelt haar simpelweg niet. Maar in de manier waarop zij het inzet: gelaagd, bewust, soms tegen de regels in, klinkt een overtuiging door die dicht bij een antwoord komt: het is een standpunt binnen een narratief kader.

Licht onthult niet alleen wat er is. Het bepaalt wat zichtbaar mag worden, wat de waarnemer te zien krijgt. Dat geldt voor de fotograaf achter de camera. En het geldt voor ieder die een beeld onder ogen krijgt. Wat is licht? Het is de eerste beslissing.

Met oprechte dank aan Julia Fullerton-Batten voor haar vrijgevigheid, inzicht en openheid gedurende deze dag.

Ilya van Marle

Dukes Island Studios, Londen

24 April 2026. 

Deel dit blog
Ilya van Marle. Narratief Fotograaf Documentaire Filmmaker voor Organisatieverhalen en Visuele Conceptontwikkeling beelden die verbinden en inspireren

Herken je jezelf hierin?

Als authenticiteit en betekenis voor jou voorop staan, laten we dan in gesprek gaan over de mogelijkheden.

error: Content is beveiligd.