Relationeel leiderschap begint bij kijken

De Baak noemt leiderschap een relationele praktijk. Wat vraagt dat van het beeld van je organisatie? Over kijken, vertragen en eerlijk beeld.

Een leiderschapsdag begint vaak in een zaal met een beamer. Op het eerste scherm staat een stockfoto. Vier collega’s rond een laptop. Handen die elkaar vastpakken. Daarna praten we drie uur over verbinding.

Niemand vraagt wie die mensen zijn.

De Baak publiceerde onlangs haar Trendrapport 2026. De conclusie past in één zin: relationeel leiderschap wordt de norm. Luisteren, reflecteren, verbinden. Ik lees het als fotograaf. En ik mis één werkwoord. Kijken. Daar begint narratieve fotografie.


Wat het Trendrapport 2026 van de Baak zegt over leiderschap


Het rapport beschrijft drie bewegingen die de trainers van de Baak dagelijks zien. Werk verandert, en daarmee wat mensen ervan verwachten. De behoefte aan reflectie groeit. En diversiteit verschuift van tellen naar ruimte maken voor verschil. In alle drie staat verbinding centraal.


Ik herken alle drie. Niet in zalen, maar achter de camera. Bij universiteiten, ministeries, zorgorganisaties. Overal zie ik dezelfde kloof. Tussen wat een organisatie zegt en wat ze laat zien.


Werk verandert. Waarom je beeld een belofte is


Martijn van Haagen van de Baak ziet dat mensen steeds vaker als kostenpost worden gezien. Tegelijk zoeken jonge professionals juist richting. Een organisatie die ergens voor staat. Leiders die die koers vasthouden als het tegenzit.


Waar checken ze dat? Niet in je jaarverslag. Op je website. Op je vacaturepagina. Op LinkedIn.


Je strategie spreekt over richting en waarden. Je beeld laat een beeldbank zien die bij elke organisatie past. Dat valt op. Zeker bij wie net heeft geleerd om door gladde communicatie heen te kijken.


Beeld is geen uitstraling. Het is een belofte. Een onware belofte trekt de verkeerde mensen aan. En jaagt de goede weg, vaak binnen drie maanden.


Vertragen en reflectie: wat een foto doet


Het tweede inzicht eindigt met een zin die ik graag op mijn eigen website had gezet: in een wereld die steeds sneller draait, wordt vertragen de nieuwe vorm van leiderschap.


Een foto is vertraging. Eén moment, stilgezet. Je kunt er niet doorheen scrollen zonder iets te missen.


Zo werk ik ook. Ik loop eerst mee, zonder camera. Ik kijk wat er gebeurt voordat ik iets vastleg. Ik vraag wat mensen doen, niet hoe ze gezien willen worden. Pas daarna fotografeer ik.


Daarna leg ik de beelden terug. Op tafel, bij het team. De vraag is dan niet: is dit mooi? De vraag is: klopt dit?
Dat gesprek is reflectie. Mensen zien hun werk van buitenaf. Ze wijzen aan wat ontbreekt. Ze zeggen: zo is het. Of: zo zijn wij niet.


Trainer Miranda Huiden waarschuwt in het rapport voor een valkuil. We weten steeds meer over onszelf, maar zetten onszelf vast in labels. Zelfinzicht wordt pas waardevol in relatie tot anderen. Een beeld doet precies dat. Het laat zien hoe een ander jou ziet. Daar kun je over praten.


Diversiteit in beeld: niet tellen, maar kijken


Het derde inzicht raakt mijn vak het scherpst. Diversiteit wordt nog vaak gemeten in cijfers. Hoeveel vrouwen in de top. Hoeveel achtergronden in een team.


Het rapport haalt een bevinding van het Sociaal en Cultureel Planbureau aan. De werkvloer is in tien jaar zichtbaar diverser geworden. Maar werknemers met een migratieachtergrond voelen zich in diverse organisaties vaker uitgesloten dan in homogene. Aanwezigheid is geen ruimte.


Beeld herhaalt die fout moeiteloos. De zorgvuldig samengestelde groepsfoto is tellen in beeld. Iedereen staat erop. Niemand is zichtbaar.


Miranda ziet in haar trainingen dat mensen zich aanpassen aan de norm, vaak onbewust. Voor een camera gebeurt dat nog sterker. Iedereen poseert naar wat hoort. Narratieve fotografie wacht tot die pose zakt. Tot iemand weer gewoon zijn werk doet.

Dat vraagt zorgvuldigheid. Niemand komt in beeld zonder toestemming. Mensen zien de beelden eerst en mogen nee zeggen. Wat ik niet laat zien, bepalen we samen. Dat is geen formulier. Dat is het werk.


Wat narratieve fotografie van leiders vraagt


Wie verbinding serieus neemt, moet verdragen wat zichtbaar wordt. Ook het rommelige. Het volle bureau, de vermoeide blik, de discussie die nog niet klaar is.


De Baak schrijft dat verbinding betekent: kleur bekennen. In beeld is dat letterlijk. Je kiest wat je laat zien. Kies je de beeldbank, dan kies je voor niemand. Kies je je eigen mensen, op hun eigen plek, dan kies je voor herkenning. Een leider die luistert, kijkt ook. Naar wat er al is. Niet mooier, niet zwaarder.

Eerste stap: een dag meelopen, zonder camera


Ik loop een dag mee bij één team of één afdeling. Zonder camera. Aan het eind vertel ik wat ik zag en waar het schuurt met wat jullie laten zien. Daarna beslis je of er een tweede stap komt.
Want uiteindelijk is het toch…Wie helder kijkt, gaat anders denken.


Bron: de Baak, Trendrapport 2026 : De toekomst vraagt leiders die durven leiden én durven verbinden.

Over de auteur

Foto van Ilya van Marle
Ilya van Marle

Ilya van Marle is narratief fotograaf vanuit Den Haag. Hij maakt beelden voor organisaties die begrijpen dat een echt verhaal onlosmakelijk verbonden is met menselijke waardigheid en bestuurlijke integriteit. Ilya is lid en contributing editor van de Royal Photographic Society Londen en publiceert over fotografie, film en beeldvorming.

Deel dit blog

fout: Content is beveiligd.