Over de acht thematische beelden die het beeldverhaal van Hogeschool Leiden laten zien
Opdrachtgever: Hogeschool Leiden
Fotografie: ILYA Narrative Photography
Er is iets merkwaardigs met organisaties en de manier waarop zij zichzelf presenteren. Zij spreken graag over openheid, betrokkenheid en menselijkheid en vertonen intussen een uitgesproken neiging om hun communicatie te omhullen met beelden die al die eigenschappen vakkundig uitsluiten.
De gebruikte beelden tonen mensen met een grimas of een uitbundige lach. Zelden echt. Op maat gesneden voor de brochure, het jaarverslag, de campagne die dit jaar draait op ‘impact’ en morgen op ‘morgen’… ga zo maar door. De kijker neemt er stilzwijgend kennis van, klikt door, loopt er achteloos langs en vergeet het weer. En dat is misschien wel het meest verontrustende: de beelden hebben geen verhaal. Het is als de liftmuziek die je na drie bezoeken niet meer hoort. De ironie? Organisaties weten dit. Ze weten dat hun beeldbankfoto’s niet overtuigen, niet raken en dat hun kernwaarden op de muur hangen zonder dat iemand ze nog leest. En ondertussen groeit de kloof tussen wat zij zeggen te zijn en wat zij tonen. Groter dan hen lief is. Maar het systeem rolt door. De briefing gaat naar het bureau, het bureau levert beelden, de beelden gaan live. Zo gaat dat.
Hogeschool Leiden koos anders.
Acht foto’s. Op de muren van de Hogeschool zelf, in gangen en trappenhuis, bij ingangen en pleinen. Niet bedoeld als campagne die vertrouwen moet wekken, maar als medebewoners, gemaakt vanuit het idee dat een gebouw er goed aan doet zich te verhouden tot wie er werkelijk in leeft, leert en werkt. De beelden zijn van echte mensen die samen de gemeenschap vormen waarin het onderwijs centraal staat. Niemand is hier een geïsoleerd atoom in een onsamenhangend universum.
In een tijd waarin het technisch schijnbaar mogelijk is elk gewenst beeld te genereren, is de keuze voor echte mensen een statement dat vanaf dag één van deze opdracht als een paal boven water stond. De Hogeschool Leiden zegt hiermee: wij geloven dat de werkelijkheid alles in zich heeft om ons verhaal te vertellen. Wij vertrouwen erop dat wie hier studeert of werkt, meer gegrepen wordt door herkenning dan door perfectie. Dat is, als je er goed over nadenkt, een diepe pedagogische overtuiging en wellicht de enige die een onderwijsinstelling met recht mag koesteren.
Ik maakte de beelden samen met Roeland van Schaik. Wij begonnen, zoals altijd, niet met een camera maar met een vraag: wat moet dit beeld dragen? Niet in fotografische zin, niet in de zin van welke brandpuntsafstand, wat voor soort licht, maar met een bestuurlijke vraag: waarvoor wordt dit beeld verantwoordelijk gehouden? Wat staat er op het spel als het zijn werk niet goed doet?
Bij een instelling die haar studenten leert te zorgen, te onderzoeken, te begeleiden en te verbinden, is het antwoord niet gering. De beelden moesten tonen wat woorden niet kunnen: dat er hier werkelijk aandacht is voor wie je bent. Dat leren hier niet uitsluitend een overdracht van kennis is, maar een ontmoeting met jezelf en de ander. Dat de hogeschool niet alleen kennis produceert, maar mensen vormt en dat zij weet wat dat vraagt.
Dat is geen belofte die je met een tekst kunt waarmaken. Daarvoor heb je beeld nodig. Eerlijk beeld.
Aandacht voor elkaar
Een van de acht foto’s, met de titel ‘Aandacht voor elkaar’, toont twee mensen in gesprek. De een luistert op een manier die zeldzaam is: niet ongeduldig wachtend om te reageren, niet in gedachten al verder zijn, maar werkelijk aanwezig. Je ziet het aan de lichaamshouding, aan de geringe afstand, aan iets in het gezicht dat niet in woorden te vangen is maar onmiddellijk te herkennen. Het is oprecht aandacht voor elkaar. Elkaar zien. Elkaar horen. Om uiteindelijk elkaar te raken.
Altijd in verbinding
Een andere foto, met de titel ‘Altijd in verbinding’, speelt zich af buiten de muren van de hogeschool. Een zorgstudent verbindt het onderbeen van een oudere man, in een huiselijke omgeving. Vierstroom, de thuiszorgorganisatie waarmee de hogeschool samenwerkt, faciliteerde dit thuis. Maar wat het beeld toont, overstijgt het samenzijn. Het toont dat vakmanschap niet bestaat zonder nabijheid. Dat zorg niet alleen een handeling is maar ook een houding. Dat de professional die hier gevormd wordt, niet alleen bekwaam zal zijn maar ook aanwezig. In de volle, menselijke betekenis van dat woord.
Deze acht beelden werken als een stille les. Wij lopen er dag na dag langs, en ondertussen vertellen ze ons iets over wat hier verwacht wordt, wat hier gebruikelijk is, wie hier thuishoort. Ze herinneren ons, zonder het te zeggen, aan wat we voor elkaar zijn en wat we voor elkaar kunnen doen. Ze vragen in stilte om verantwoordelijkheid te nemen. En vormen zo het deugen van deze plek. Dit gebouw. Deze hogeschool.
Ik denk aan de studenten die op hun eerste dag naar binnen lopen. Ze hebben nog niet besloten of ze hier thuishoren. Ze kijken, zoals wij allemaal kijken in nieuwe omgevingen, niet naar de teksten en de wegwijzers, maar naar de ’toon’ van de plek. Naar de mensen die er al zijn. Naar of ze zichzelf erin herkennen.
Als de beelden kloppen, als ze tonen wat hier werkelijk leeft, dan geeft herkenning iets terug wat geen welkomstwoord kan geven: het gevoel dat er ruimte is. Ruimte om te zijn wie je bent, ook voordat je weet wie dat precies is.
En daarom moesten de mensen op de foto’s zichzelf zijn. Dat is makkelijker gezegd dan gemaakt. De camera heeft de neiging mensen te bevriezen en te vervreemden van zichzelf, hen te doen presteren in plaats van ‘er zijn zoals ze zijn’. De uitdaging is om dat moment te vinden of beter: te laten ontstaan waarop de camera vergeten is en er alleen nog de situatie is. Het gesprek dat hoe dan ook gevoerd wordt. De handeling die hoe dan ook verricht wordt. De blik die niet voor ons bedoeld was maar die wij mogen zien.
Die momenten zijn niet te plannen. Ze zijn te begeleiden, te verwachten, te herkennen wanneer ze zich aandienen en dan, met de stille beslissing van een fractie van een seconde, vast te houden.
Acht van die momenten hangen nu in Hogeschool Leiden. Op groot formaat bij de hoofdingang, bij de rode trap, in de gangen waar het dagelijks leven van de hogeschool zich ontvouwt. En waar toevalstreffers leiden tot spontane inzichten (zie het beeld met de titel ‘Meer dan studeren’). De beelden zullen worden voorbijgelopen, bewust en onbewust. Ze zullen worden opgenomen in het geheugen van de plek, in de stille verwachting die een gebouw zijn bewoners meegeeft.
En als ze hun werk goed doen, als ze kloppen, dan zullen de mensen die er elke dag langs lopen, op een dag niet meer precies weten waarom ze zich hier thuisvoelen. Ze zullen het gewoon weten.
Dat is genoeg.